Ombuigingsvoorstellen 2026–2030: Samen bouwen aan een betaalbare afvalstoffenheffing
Om de afvalstoffenheffing de komende jaren zo stabiel en betaalbaar mogelijk te houden, werkt Avri aan een reeks maatregelen die moeten bijdragen aan kostenbeheersing, doelmatigheid en een betere aansluiting bij het principe ‘de vervuiler betaalt’. In de begroting voor 2026 heeft het Algemeen Bestuur al besloten over ombuigingsvoorstellen 1 t/m 5. Deze eerste set maatregelen – waaronder besparingen op personeel en organisatie, fasering van investeringen, extra onttrekking uit de bedrijfsafvalreserve, verwerking van het nadeel textiel binnen bestaande voorzieningen en het onderbrengen van bepaalde risico’s in de risicoparagraaf – zorgt samen voor een kostendemping van € 4,50 per huishouden.
Nu zijn voorstellen 6 t/m 13 verder uitgewerkt. De raden hadden hier expliciet om gevraagd bij de behandeling van de begroting. Hieronder leest u wat deze maatregelen inhouden en welke financiële effecten ze kunnen hebben.
Voorstel 6 – Optimaliseren van het containerbeheer
Avri werkt aan een grootschalige modernisering van het beheer van minicontainers. Het chippen van containers vormt daarbij slechts één onderdeel; minstens zo belangrijk zijn betrouwbare boordcomputers op inzamelvoertuigen, een sluitende administratie waarin iedere container aan het juiste adres gekoppeld is, en dataverwerking waarmee het gebruik van containers gestuurd en geanalyseerd kan worden. In 2026 zet Avri vooral in op techniek, registratie en communicatie; in 2027 volgt de volledige uitrol. Vanaf dat moment kunnen data worden benut om bijvoorbeeld beter inzicht te krijgen in scheidingsgedrag, fout gebruik en containervervanging. De maatregel vraagt forse voorbereidingskosten, maar biedt zowel financieel als operationeel perspectief: minder zoekgeraakte containers, efficiënter beheer en in de toekomst datagedreven optimalisaties.
Voorstel 7 – Afbouw frictiekosten Regio Rivierenland
Na het beëindigen van de samenwerking met Regio Rivierenland betaalt Avri momenteel nog frictiekosten. Deze doorlopende lasten drukken structureel op het begrotingsbeeld. In gesprekken met Regio Rivierenland wordt verkend hoe deze kosten kunnen worden afgebouwd. Van de scenario’s die zijn doorgerekend, wordt scenario 7c als voorkeursvariant voorgesteld: een driejarige afbouw tot volledige beëindiging in 2028. Deze aanpak brengt duidelijkheid, voorspelbaarheid en een structurele verlaging van lasten. Het verwachte financiële voordeel loopt op van € 66.000 in 2027 tot € 132.000 per jaar vanaf 2028.
Voorstel 9 – Slagbomen bij milieustraten
Op de milieustraten leidt beperkte toegangscontrole tot afvaltoerisme, onterecht als particulier ingeleverd bedrijfsafval en soms lange wachtrijen. Met de invoering van slagbomen - te openen met de Avri-pas - worden alleen inwoners van Avri-gemeenten toegelaten. Dit vermindert afval van buiten de regio én verbetert de doorstroming doordat registratie automatisch verloopt. Wel dalen de inkomsten uit betaalde afvalstromen licht doordat 10% minder bezoekers wordt verwacht, maar daar staan lagere verwerkingskosten tegenover. Na aftrek van investering en exploitatie rest een verwachte besparing van € 40.000 in 2026 (een half jaar effect) en € 80.000 structureel vanaf 2027. Bovendien ontstaat waardevolle bezoekersdata, die nu nauwelijks beschikbaar is.
Voorstel 10 – Tarief voor brengen van afval op milieustraten
In samenhang met de slagboommaatregel wil Avri per 2026 een vast servicetarief van € 1 per bezoek invoeren (scenario 10g). Dit vervangt het huidige volumegerelateerde afrekensysteem, waardoor bezoekers sneller worden geholpen en beheerders minder tijd kwijt zijn aan inschatting en afrekening. Het tarief leidt naar verwachting tot 5% minder bezoekers, wat lagere verwerkingskosten oplevert. Tegelijk brengt de maatregel risico’s met zich mee, zoals mogelijk meer achtergelaten groenafval in de openbare ruimte, waarvoor extra beheerkosten zijn meegenomen in de berekening. Per saldo levert de maatregel een verwachte besparing op van € 169.000 in 2026 en € 338.000 structureel per jaar vanaf 2027. Tegelijkertijd onderzoekt Avri na invoering hoe verdere maatregelen op milieustraten en het circulair ambachtscentrum kunnen bijdragen aan kwalitatief betere grondstoffenstromen.
Voorstel 13 – Aanpassing van het kwijtscheldingsbeleid
Jaarlijks ontvangen ongeveer 3.900 huishoudens kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing, goed voor zo’n € 1,3 miljoen per jaar. In scenario 13c - de voorgestelde variant - wordt het kwijtscheldingspercentage stapsgewijs verlaagd tot 50% in 2028. Daarmee vermindert de financiële druk op de begroting aanzienlijk. Tegelijk vraagt deze maatregel om zorgvuldige bestuurlijke afweging: een minder ruimhartig beleid kan impact hebben op huishoudens met lage inkomens en kan lokaal politieke discussie oproepen. Financieel levert de maatregel een verwacht voordeel op van € 130.000 in 2026, € 325.000 in 2027 en € 650.000 structureel vanaf 2028. Vergelijking met andere regio’s kan helpen bij het positioneren van een evenwichtig beleid.
Tot slot
Met deze voorstellen zet Avri stappen om de stijgende kosten van afvalverwerking het hoofd te bieden en tegelijkertijd toe te werken naar een toekomstbestendig systeem waarin beter sturen op data, beheersing van bezoekersstromen en rechtvaardige kostenverdeling centraal staan. De maatregelen verschillen in impact en tijdshorizon, maar dragen gezamenlijk bij aan het beheersbaar houden van de afvalstoffenheffing voor inwoners van de regio.